37. Geschenken voor de koning
Jozef hoorde ze aankomen. "We krijgen weer bezoek," zei hij. Maria en hij keken hun ogen uit. Kamelen en mannen in mooie gewaden én bedienden! Ze leidden hun dieren naar de open plek voor de hut.
"Dit moet het zijn," zei Balthasar. "Kijk de ster! Hij beweegt niet meer."
"Laten we onze geschenken tevoorschijn halen en de nieuwe koning hulde brengen," stelde Melchior voor.
"Zijn we klaar?" vroeg Balthasar. Melchior en Caspar knikten. In optocht gingen ze naar de boshut. Voorop ging Balthasar, gevolgd door Melchior en Caspar sloot de rij.
"Welkom!" zei Jozef als een goede gastheer.
"Is dit de plek waar de nieuwgeboren koning is geboren?" vroeg Balthasar.
"Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien," zei Melchior.
"En zijn gekomen om hem hulde te brengen," sprak Caspar.
Maria glimlachte: "Ja, hier vinden jullie je koning." Ze wees op het Kind in de voerbak.
De wijzen knielden.
"We hebben geschenken meegebracht," zei Balthasar.
"Goud, wierook en mirre," sprak Melchior.
"Geschenken, een koning waardig," zei Caspar.
De bedienden bleven op de achtergrond, maar probeerden toch een glimp op te vangen van wat er in de hut gebeurde. "Kom maar!" Jozef wenkte hen. "Er is hier geen verschil tussen meester en dienaar. Iedereen mag bij het Kind komen.
Waterdraagster, Brooddraagster en Adrianus (en Twinkel) kwamen dichterbij. Zij knielden ook in het hooi. Waterdraagster zette haar waterkruik als geschenk voor het Kind neer. En Brooddraagster nam haar lekkerste broodje. Adrianus rommelde verlegen in zijn tas. Er lag een raar soort iets in zijn handen.
"Ik noem het een bril," zei hij en legde het voorzichtig neer.
|